van•den•b.com

weblog [het, de; o en m -s: een ~ bijhouden]
van Walter van den Berg

Nooit meer slapen, vierde nacht

Het VPRO-radioprogramma Nooit Meer Slapen heeft iedere week een gastschrijver. Die gastschrijver leest iedere nacht een stukje fictie voor, gebaseerd op de het nieuws van die dag. In de week van 24 februari ben ik de gastschrijver. Dit stukje is, net als de nacht hiervoor, gebaseerd op de schimmige avonturen van een voortvluchtig stel.

Tony, zei het meisje, Tony, is nu de rechtszaak?
Nee, zei Tony, de rechtszaak is nu niet.
Waar brengen ze ons naartoe dan?
Ze brengen ons naar de rechter.
Dus nu is de rechtszaak?
Nee, nu is niet de rechtszaak.
Tony keek door het stalen gaas van het achterraam. Het busje waar ze in zaten liet Duitse straten, Duitse huizen en Duitse mensen achter zich - alleen de Duitse politieauto bleef bij ze. Voor ze reden twee motoren die bij kruispunten het verkeer tegenhielden en hij wilde vragen of het haar opviel hoe gek het eigenlijk was, altijd doorrijden en nooit hoeven stoppen, maar - laat maar.
Ik wou dat ik een crew had, zei hij na een tijdje. De volgende keer zorg dat ik een crew heb.
Wat is een crew? Vroeg het meisje, wat bedoel je ik wou dat ik een crew had?
Gewoon, zei hij, maten die me hieruit zouden kunnen halen, zoals in GTA 5. Zoals die crew in GTA 5 Lamar uit de shit haalt. Zo zou ik een crew moeten hebben die mij uit de shit haalt.
Het meisje bleef even stil. Daarna zei ze: en ik dan, Tony?
Je moet een paar gasten hebben die je kan vertrouwen, zei Tony, meer tegen zichzelf dan tegen het meisje.
Moet ik niet uit de shit gehaald worden, Tony?
Tony keek naar het meisje en lachte. Jij zit niet in de shit, schatje. Jij weet niet eens wat shit is.
Het busje stopte, en stoppen was tijdens de rit zo ongewoon geworden dat hij meteen misselijk was.
Kan ik je crew niet zijn, Tony?
Tony antwoordde niet.
Tony?

Nooit meer slapen, derde nacht

Het VPRO-radioprogramma Nooit Meer Slapen heeft iedere week een gastschrijver. Die gastschrijver leest iedere nacht een stukje fictie voor, gebaseerd op de het nieuws van die dag. In de week van 24 februari ben ik de gastschrijver. Dit stukje is, net als de nacht hiervoor, gebaseerd op de schimmige avonturen van een voortvluchtig stel.

Tony stond in zijn cel. Het was een typische arrestantencel; een minimaal rvs interieur bestaande uit een brits en een wc. De brits en de wc kwamen allebei uit de muur, en er waren geen scherpe hoeken - als je jezelf pijn wilde doen, was dat niet heel moeilijk, maar als je bloed wilde produceren, moest je er je best voor doen.
Het was niet gegaan zoals hij zich voor had gesteld. Hij had verteld tegen het meisje hoe het zou moeten gaan: nacht, auto’s buiten met zwaailichten die het plafond van de hotelkamer in blauwe vlammen zetten, schoten over en weer, en dan…
Maar de en dan was met daglicht gekomen, terwijl ze naar een marathon-uitzending van How I Met Your Mother hadden liggen kijken, met Duitse stemmen, en ze hadden zich afgevraagd of het lachende publiek ook verduitst was geweest. De deur werd ingetrapt en het pistool was ergens in de plooien van het dekbed verloren gegaan; hij had nog wel over het bed getast met zijn rechterhand, maar zijn linkerhand was zijn eigen weg al aan het zoeken, de lucht in, niet schieten, niet nu, niet als we How I Met Your Mother in het Duits aan het kijken zijn, dit is niet hoe het zou moeten gaan.
Hij liep een kort rondje in de cel, als een hond die zijn draai in zijn mand zoekt, en ging op het rubberen matrasje van zijn brits zitten. Hij sloeg zijn armen over elkaar, bekeek de cel nog een keer vanuit dit nieuwe perspectief, en zei: ik ben klaar voor mijn volgende behandeling.

Nooit meer slapen, tweede nacht

Het VPRO-radioprogramma Nooit Meer Slapen heeft iedere week een gastschrijver. Die gastschrijver leest iedere nacht een stukje fictie voor, gebaseerd op de het nieuws van die dag. In de week van 24 februari ben ik de gastschrijver. Dit stukje is, net als de nacht hiervoor, gebaseerd op de schimmige avonturen van een voortvluchtig stel.

Ze hadden uiteindelijk de Honda stilgezet bij een gallerijflatje aan de rand van een kleine stad, omdat Tony een theorie had over de boerderijen - op de boerderijen hadden ze geweren, want in Duitsland mochten mensen geweren hebben. Ik ben niet van plan met een schot hagel in m’n buik dood te gaan, had hij gezegd. Een politiekogel of honderd politiekogels is goed, had hij gezegd, maar geen schot hagel van een domme boer. Dus ze waren over de galerijen van het flatje gelopen en ze hadden een paar woningen overgeslagen, geen oude mensen want oude mensen hebben geen internet, en Tony wilde een plek met internet. Ik wil weten wat ze over ons zeggen, zei hij.
Ze hadden aangebeld bij een woning waar één raam door een laken werd bedekt en een ander raam door een kast die er aan de andere kant voor was geschoven. Hier woont een man alleen, had Tony gezegd, en hij had aangebeld en hij had het meisje voor de deur gezet, zelf was hij plat tegen de muur gaan staan en dat had gewerkt; de man alleen had niet eens zijn best gedaan zich te verzetten, en hij keek erbij alsof hij elke week wel een keer een pipa op zijn buik gedrukt kreeg. Nicht schiessen, had hij gezegd, don’t shoot, en hij was zelf rustig op zijn stoel gaan zitten, zijn handen op zijn knieën.
Op de salontafel stond een laptop, en Tony pakte ‘m met één hand, in de andere hand zat het pistool waarmee hij de man alleen onder schot hield. Hij duwde de laptop in de handen van het meisje. Google me, zei hij. Hoeveel hits?
34.000, zei het meisje.
34.000, herhaalde Tony.

Nooit meer slapen, eerste nacht

Het VPRO-radioprogramma Nooit Meer Slapen heeft iedere week een gastschrijver. Die gastschrijver leest iedere nacht een stukje fictie voor, gebaseerd op de het nieuws van die dag. In de week van 24 februari ben ik de gastschrijver. Dit stukje is gebaseerd op de schimmige avonturen van een voortvluchtig stel. 

Tony, zei het meisje, Tony, we moeten gaan.
Tony bleef nog een paar tellen zitten.
De uitbater van de belwinkel deed of ie ergens anders mee bezig was; hij pakte een doosje aan de linkerkant van zijn zaak en verplaatste het naar de rechterkant van zijn zaak.
Tony, zei het meisje nog een keer.
Tony stond op en schoof zijn stoel naar achter. Er stonden twee computers op een tafeltje, en tussen de schermen was een schotje getimmerd. Hij tikte met zijn vinger op het scherm waar hij achter had gezeten: hun foto’s stonden naast elkaar op de website van de telegraaf. Knap stel, hè? zei hij.
Het meisje trok aan zijn mouw. Kom, zei ze.
Tony trok zijn arm los uit de greep van het meisje. We hebben een nieuwe auto nodig, zei hij. Ze weten van de Daihatsu. Het staat in de krant.
Hij liep naar de toonbank. De uitbater liet zijn doosjes met rust en ging achter zijn toonbank staan, met zijn hand op de muis van zijn eigen computer. Hij klikte iets aan, keek kort, en zei: één uiro.
Een uiro? zei Tony, wat is een uiro?
Eén uiro, herhaalde de uitbater.
Tony bekeek de uitbater, en daarna keek hij naar het tafeltje met de internetcomputers. Op het scherm van de computer waar hij achter had gezeten, stonden de foto’s van hem en het meisje nog naast elkaar. Gezocht duo beschiet man op camping, stond er onder de foto.
Hij keek de uitbater weer aan en vroeg: wat voor auto heb je?

Angst voor verkluuning

Onderstaand stuk ramde ik eind 2013 uit mijn toetsenbord, behoorlijk boos, nadat ik een artikel van Wilma de Rek in de Volkskrant had gelezen. Dat artikel heb ik beschikbaar voor de context, maar ik heb het wel gepikt van de site van Volkskrant, dus lees het snel voor de copyrightpolitie op mijn stoep staat.
Ik mailde dit stuk naar de Volkskrant, en ik kreeg een sportief mailtje terug van Wilma, die chef boeken is aldaar. Ze zou me erover bellen, maar ze was op vakantie, en na een tijd was het momentum voorbij en zou het gek zijn als ze het nog zouden plaatsen. Maar de inhoud geldt nog steeds, wat mij betreft. Komt ie:

Het moet met Kluun begonnen zijn.
Kluun heeft met zijn 'Komt een vrouw bij de dokter' flink wat schade aangericht voor iedereen die een boek schrijft en erbij vertelt dat het autobiografisch is. Daar kan Kluun verder niets aan doen; het zijn de beroepslezers die er boos om werden en vervolgens een verbod op (het vermelden van) autobiografische elementen uitvaardigden.
Daar hebben mijn uitgever en ik niet bij stilgestaan toen we de tekst voor de achterflap voor mijn laatste roman 'Van dode mannen win je niet' (Bezige Bij, 2013, vanaf hier: VDMWJN) bedachten. VDMWJN is deels gebaseerd op autobiografische gegevens. Vermelden dat het boek gebaseerd was op Echt Gebeurd zou vast helpen bij de verkoop, want lezers zijn dol op Echt Gebeurd. Amateurlezers dan, want beroepslezers blijken ervan te gruwen. En volgens mij komt dat door die malle Kluun.

Kluun had iets opgeschreven wat ie zelf had meegemaakt en hij verkocht als een tiet. Maar: zijn boek was volgens de beroepslezers slecht geschreven, en de combi van slecht geschreven/goed verkopen was voor literatuurland reden om Echt Gebeurd als vloeken in de kerk te gaan zien. Vóór Kluun was dat autobiografische geen probleem, na Kluun was echt gebeurd een besmet begrip. Literatuurland is bang geworden voor verkluuning.

"Waarom is dat belangrijk?"

Bij de eerste interviews over VDMWJN merkte ik dat al: de interviewers stelden hun eerste vraag over het waarom van die vermelding. "Waarom vind je het belangrijk dat de lezer dat weet?" Daar antwoordde ik eerlijk op dat dat vooral voor de marketing was. Goed besproken worden is geweldig (dat is het echt), maar doorbreken bij een groot publiek lijkt me ook aangenaam. En dan heb ik zelf geen moeite daar wat wapens voor in te zetten die door Literatuurland tegenwoordig kennelijk als not done worden gezien. Bovendien vind ik dat het de lezer kan helpen bij het duiden van een verhaal, en het geloven in de noodzaak van het verhaal.

Het verhaal zoals het gebeurd is: mijn vader ging dood toen ik twaalf was, mijn moeder rouwde een jaar, en leerde toen een nieuwe man kennen. Die man bleek niet zo leuk te zijn als mijn moeder hem inschatte: als hij dronken was, sloeg hij mijn moeder in elkaar. Om haar te treiteren vertelde hij dat hij zo al heel veel vrouwen had gehad. Wij zijn na twee jaar terreur uit ons huis gevlucht voor hem. Die periode was, zacht gezegd, niet leuk.

Het verhaal heb ik heel anders opgeschreven: VDMWJN wordt verteld vanuit het perspectief van die man. Ik beschrijf delen van wat wij met hem mee hebben gemaakt en ik laat veel weg, en ik heb er zo'n zeventig procent bij verzonnen. Ik probeer zijn terreur door zijn ogen te laten zien. En ik zeg nog een keer: het verhaal wordt verteld vanuit de man die zijn vrouwen mishandelt, niet vanuit een slachtoffer.

Fictie maken

Ik heb dus fictie gemaakt van iets dat ik heb meegemaakt. Ik heb dat fictie maken nodig gehad: ik wilde weten wat die man bewoog om mijn moeder (en veel vrouwen voor en na haar) in elkaar te slaan, omdat zijn woede heel veel invloed heeft gehad op mijn leven. Ik denk dat ik niet was gaan schrijven als ik die kutperiode niet had meegemaakt. Noodzaak dus. Dat wordt in Literatuurland vaak als belangrijk gezien.
Maar nogmaals: ik heb geen jankerige memoires geschreven, ik heb een roman gemaakt.

Maar ja: die achterflap.
Ik heb in De Groene en Vrij Nederland (bladen voor lezers van Literatuur) heel erg mooie veren in de kont geprikt gekregen, maar beide recensies begonnen met de opmerking dat de recensent het boek aanvankelijk opzij had gelegd wegens die paar zinnen op de achterflap.
Fair enough; uiteindelijk hebben ze het boek gelezen en geduid en geprezen wat ik heb gedaan.

Wilma leest niet voorbij de achterflap

Wilma de Rek, chef boeken van de Volkskrant, doet niet aan voorbij de achterflap lezen, zo maakte ze in Vonk (28/12) duidelijk. Ze schreef een artikel met de titel 'Zonder verbeelding zijn we nergens' waarin ze zonder echt een punt te maken miept over de media en de schrijvers die het over het autobiografische gehalte van hun werk hebben. Eerst vertelt ze over de ervaringen van een vriend/kennis/partner die bij interviews kennelijk altijd de vraag kreeg of zijn boek autobiografisch was (ik maakte het dus geheel anders mee), dan noemt ze Isa Hoes die bovenaan de Top 60 staat (waar je geen literatuur voor geschreven hoeft te hebben, met een kookboek kan je er ook terechtkomen, dus Isa Hoes valt niks kwalijk te nemen), en daarna komen een aantal schrijvers aan bod die hun eerste boek hebben geschreven op basis van Echt Gebeurd. Kluun natuurlijk, en Myrthe van der Meer, die volgens Wilma de Rek na dat eerste boek allebei door het ijs zakten, en Franca Treur die de publicatie van haar tweede boek uit moest stellen -- alsof dat godbetert een argument is: dat uitstellen betekent kennelijk dat het een slecht boek moet zijn, volgens De Rek.
En dan na dat rijtje haalt ze die vermaledijde flaptekst van mij aan. Ze maakt zuchtend haar zin niet eens af.

Hoe het wel moet volgens Wilma

Daarna komt ze met een voorbeeld van hoe het wel moet: Simone de Beauvoir en Hella Haasse verwerkten hun ervaringen namelijk, let op, in fictie.
Toen ik dat las, ging ik weer even terug naar haar stukje over mijn flaptekst. Ik was lichtjes verbijsterd. Als Wilma de Rek, Chef Boeken van De Volkskrant, de moeite had genomen alleen al de eerste zin van mijn roman te lezen, had ze onmiddellijk gezien dat ik precies had gedaan waar zij om vroeg in haar stuk: ik had van een particuliere ervaring fictie gemaakt. Ik was alleen zo stom geweest twee zinnen op mijn achterflap te wijden aan het feit dat er Echt Gebeurd achter zit.

Bang voor Verkluuning

Literatuurland is bang voor verkluuning, dus. De frustratie is misschien begrijpelijk als het je dwars zit dat (vermeende) slechte boeken succes hebben en goede boeken niet, maar Literatuurland moet onderhand toch weten dat Kluun en Gijp en heel veel tinten grijs dat succes buiten de 'normale' boekenlezers vinden. Het wordt tijd dat Literatuurland die lezers van buiten die denkbeeldige grens welkom heet, en mij op mijn achterflap laat zetten dat mijn boek is gebaseerd op Echt Gebeurd. Er zijn meer boeken in Literatuurland wel dan niet gebaseerd op Echt Gebeurd. De Beauvoir en Haasse gebruikten autobiografische elementen in hun romans, vertelde De Rek zelf al, net als Reve, Gerbrand Bakker, Abdelkader Benali -- nou ja, een lijst van schrijvers oplezen slaat eigenlijk nergens op. Vrijwel iedere schrijver van goede boeken blijft namelijk dicht bij huis, al is het maar in een beschrijving van je hoei-roepende moeder, een boerderij, de slagerij van je vader of de klappen die je moeder kreeg.

Daar komt nog bij: toen ik vroeger bij het lezen van mijn literatuurlijst alleen de flaptekst van een boek had gelezen en vervolgens dacht dat ik wist waar het boek over ging, kreeg ik genadeloos op mijn sodemieter.
Literatuurland zou beter moeten weten.

Het simpele leven van Roy Donders

Een paar weken geleden keken we naar een aflevering van de RTL-realityserie Roy Donders, stylist van het Zuiden en we werden er een beetje bedroefd van. Daar leken we alleen in te staan, want Roy is een daverend succes.

Nog vetter is nog leuker

Roy wordt gevolgd door een camera terwijl hij een winkel in verschrikkelijk lelijke kleren drijft. Roy is een Tilburger, dus hij praat met een Brabantse G, en hij is ook nog een enorme nicht (terwijl het - volgens mij - niet duidelijk wordt of ie homoseksueel is), dus dat is dubbel grappig. Verder zien we nog zijn zus, zijn ouders en zijn assistente - allemaal Tilbo's, allemaal niet al te slim, en omdat nog vetter nog leuker is, licht een flauwe voice-over toe wat voor gekke dingen Roy allemaal doet. Dat allemaal doorsneden met de pratende hoofden van Roy en de anderen die nog even contempleren over wat er die dag is gebeurd.

We waren bij een vriendin die fan was, en ze zei dat ze zo genoot van het simpele leven van Roy. Later zag ik dat nog iemand zeggen op Facebook: Roys leven was zo heerlijk overzichtelijk.

Natuurlijk willen de makers van het programma graag dat je dat denkt, want zo kan je zonder schuldgevoel lachen om Roys dommige acties en uitspraken. Maar is Roys leven dan simpel omdat hij simpel is?

Niet alleen de huispakken

Want je kan natuurlijk zelf bedenken dat niet alles op televisie komt, dus Roys leven gaat niet alleen om huispakken met glitters en pailetten en het te dikke hondje van zijn vader. Een leven bestaat onder meer uit een opeenvolging van gecompliceerde beslissingen, en omdat slimme mensen voor mij al bewezen hebben dat ze heel goed zijn in het maken van verkeerde keuzes, vermoed ik dat simpele mensen daar minstens net zo goed in zijn. De keuzes die Roy maakt over het stofje van zijn volgende creatie zijn leuk voor televisie, de keuze voor een al dan niet verkeerde hypotheek doet het een stuk minder.

Overdonderende nichterigheid

En hoe zit het met die overdonderende nichterigheid van Roy? Vaste kijkers kunnen er misschien meer over vertellen, maar ik kreeg van die ene aflevering de indruk dat Roy alleen is, geen vriend of vriendin heeft. Als je een half uurtje naar Roy kijkt, kan je bijna niet anders dan concluderen dat hij homoseksueel is, maar hoe wordt homoseksualiteit geaccepteerd in zijn (simpele) omgeving? Zijn ouders zijn vast bijzonder liefhebbend, maar Roy is niet fluitend door zijn leven tot nu toe gefietst.

Het leven van Roy Donders, stylist van het Zuiden, is niet simpel. Alleen maar omdat het leven niet simpel is vanaf het moment dat je geboren wordt.

De kern van entertainment

Overigens lijkt (lijkt, zeg ik met nadruk, want het is tv) Roy met de aandacht van de realityserie helemaal in zijn element te zijn, dus good for him. Kijk rustig naar het programma als je wilt, Roy wordt er niet ongelukkiger van. Als kijker wordt jouw leven op dat moment even simpeler, dat is tenslotte de kern van entertainment, maar die lieve domme Roy verdient het niet dat jij denkt dat hij het makkelijk heeft.

Gelijk

We gingen de hond uitlaten, het laatste rondje, en om de hoek had iemand zijn auto dubbel gezet. Achter die auto stond een rijtje van vijf, zes auto's, en de meeste bestuurders waren uitgestapt en keken naar de ramen boven de straat, alsof de bestuurder van de dubbelgezette auto achter een van die ramen zou staan en terug zou kijken.
De achterste auto toeterde, vast niet voor de eerste keer, en reed toen achteruit.

We gingen met de hond het park in en toen we twintig minuten later terugkwamen, stond de dubbelgezette auto er nog steeds. De voorste twee van de wachtende auto's waren overgebleven; de rest was achteruit gereden. 
Er stonden vijf mensen om die auto's heen te draaien, rokend of hun armen over elkaar houdend, en ze waren niet van plan achteruit te gaan rijden.

Ze waren van plan hun gelijk te halen.

vandenb vindt iets over GTA 5 Online

Ik had alle missies in GTA 5 gespeeld. Ik reed alleen nog maar doelloos rond. De cutscenes waren op, en ik kon mijn maten waar ik al die bankovervallen mee had gepleegd nog wel bellen, maar waarvoor? Een spelletje darten? We waren gepensioneerd. Het hoefde allemaal niet meer. 

Dus ik startte het online spel op. Ik had dat lang afgehouden, veel slechts over gelezen, en ik wist al hoe dat zou gaan: totaal overlopen worden door jongetjes die vanaf dag 1 enorme wapens hadden verzameld. 

Maar zo slecht bleek het niet te zijn. Er zat een soort verhaal in, er waren NPC's waar je mee kon interacten, en je kon missies voor die NPC's doen om geld mee te verdienen. Maar elke keer als je zo'n missie deed, bleek je in een serie van missies en races terecht te komen, in een omgeving waar je moest wachten op andere deelnemers.

Dat was een vreemde gang van zaken, maar ik besloot een paar keer te blijven hangen, en ik vermaakte me met de minispelletjes. Tot ik per ongeluk host bleek te zijn van het volgende minispelletje. Ik had geen idee wat voor spelletje dat zou zijn, maar iedere uitgenodigde deelnemer die even kwam kijken in de wachtomgeving, haakte meteen weer af, op één andere speler na: Onno. 

Onno was een collega bij het laatste nerdbedrijf waar ik een vaste baan had, en hij is een van mijn weinige vrienden op het Playstation Network. Onno was (en is) een heel erg aardige jongen met wie het soms lastig communiceren was, maar dat was het geval met iedereen die bij dat bedrijf werkte. We waren nerds, tenlotte. Dat is gezellig, dacht ik, als straks de wachttijd op is, moet ik racen tegen Onno. 

Maar het minispelletje dat wij samen gingen spelen, bleek een 'rally' te zijn. Onno kwam naast mij in de auto te zitten. Ik was de chauffeur, hij de navigator. De navigator was de enige die wist hoe we moesten rijden, en ik moest zijn aanwijzingen opvolgen. Zijn aanwijzingen bestonden uit pijltjes die voor mij in beeld verschenen: links of rechts. 

Na wat aanloopproblemen (we moesten allebei even uitvinden wat de bedoeling was), reden we een paar mooie rondjes. Tegen niemand. Rustig communicerend door pijltjes van van Onno's kant en stuurbewegingen van mijn kant. 

Omdat we eerste werden, kregen we een geldprijs. Ik keek een tijdje naar mijn scherm, vroeg me af of er een manier was om gedag te zeggen tegen Onno, kwam tot de conclusie dat die er niet was, en ging nog maar een paar winkels overvallen. 

GTA 5 online: verwarrend, onduidelijk, maar wel lichtelijk verslavend.

Op facebook

Van dode mannen win je niet heeft een eigen facebookpagina die je kan liken. Daar is het gezelliger dan hier. Ik zal hier binnenkort weer wat echte stukjes schrijven. Over de nieuwe Stephen King, bijvoorbeeld.

Link naar dit artikel | Twee reacties | 12 Oktober 2013 | klein

Een lijstje van de betere webwinkels

Wil je graag een exemplaar van Van dode mannen win je niet online bestellen? Dat kan altijd bij Bol.com, en ik ben blij als je mijn boek wilt lezen, maar Bol.com zorgt er ook een beetje voor dat mijn boek (en heel veel andere boeken) slecht wordt ingekocht door de gewone boekwinkels. En potdorie, ik wil graag bij de boekwinkels liggen. Die gewone boekwinkels hebben meestal een webshop. Als je daar je boeken koopt, heb je ze net zo snel in huis als wanneer ze van Bol.com vandaan komen.

Ik heb zelf altijd het beeld gehad dat alle boeken ter wereld in een grote hal van Bol liggen, maar die boeken bestellen zij bij het Centraal Boekhuis zodra jij die boeken bij hen bestelt. Net zoals het bij de webshops van echte boekwinkels gaat, dus.  

Hier een redelijk willekeurig rijtje van links naar webshops die mijn boek hebben. Als jij je eigen boekwinkel wil sponsoren, google daar dan op. 

In de winkel/Interview bij Kunststof

Kopen

Het boek ligt in de winkel. Omdat ik een sucker ben voor boekwinkels, zou ik het geweldig vinden als u uw exemplaar -- als u van plan bent er een aan te schaffen -- in uw lokale boekwinkel koopt. Van dode mannen win je niet ligt niet direct bij de Ako of de Bruna, maar elke goeie boekwinkel zou 'm wel moeten hebben, en vraag er anders vooral naar.

Geen gelegenheid om naar de winkel te gaan? Dan staat ie ook te koop bij Bol.com, maar google ook even naar je favoriete boekwinkel, want goeie boekwinkels hebben vaak ook een online shop. 

Luisteren

Het interview op Radio 1 bij Kunststof is geheel terug te luisteren. Ik schrok er zelf een beetje van, ik verstond mezelf af en toe niet omdat ik verzandde in gemompel en nerveuze lachjes, maar het was fijn om te doen. 

Direct na het interview zag ik dat mensen op deze site kwamen met allerlei varianten in Google getikt:

  • van dode mannen kan je niet winnen
  • van een dode man kan je niet winnen
  • boek van dode mannen kun je niet winnen
  • walter dode mannen kun je niet winnen
  • walter van de berg van doden kun je niet…

Prima, kom vooral binnen, pak een stoel, alle lezers welkom.

vandenb in bewegend beeld

Kenneth van Zijl kwam bij me langs en interviewde me voor Knetterende Letteren. Het interview staat online, maar je kan het alleen zien op je computer als je Silverlight hebt geïnstalleerd, anders krijg je een vage melding. 
De eerste helft van het programma is voor de oude baas Remco Campert, de tweede helft is voor mij.

Verder staat er een voorpublicatie uit Van dode mannen win je niet op het Passionate Platform, dat mooie instituut waar mijn eerste korte verhalen werden gepubliceerd toen het nog een tijdschrift was. 

En maandag 23 september ben ik om 19.00 uur een heel uur te horen op Radio 1, bij Kunststof.

| Ouder