× Zoals een Apple-adept betaamt, heb ik mijn iPhone 3G de update naar iOS 4 gegeven zodra dat kon, maar ik weet niet of ik er blij mee ben: de enige toegevoegde waarde voor de 3G is de mogelijkheid folders aan te maken, en ik heb het idee dat alle functionaliteit een stuk trager is geworden. Alsof je Windows Vista op een Pentium hebt geinstalleerd. {>1}

» Elke goede game is verslavend -- Een stuk dat ik voor nrc.next schreef, staat online, en voor de verandering eens op de fijne gamesite bashers.nl. Ja, bashers is ook veilig voor non-geeks. {0}

841 woorden: Niet op deze manier

Een column voor het literaire tijdschrift Passionate.

Ik woonde in Slotervaart en in Slotervaart zat een bibliotheek. De bibliotheek zat om de hoek van het plein waar de Albert Heijn, de Dirk van den Broek en de garniturenwinkel zaten. Op het plein hingen jongetjes die in de bibliotheek achter de computers zaten als ie open was, maar hij was niet zo vaak open.

Ik ging er op maandagavond heen om boeken te lenen. Ik leende meer boeken dan ik las. Ik leende er meestal zes, elke week dacht ik: ik zou er best zes kunnen lezen. Maar als ik één boek las, was het veel.

Bij de bibliotheek deden ze ook aan activiteiten. Op een dag hing er een poster en op de poster stond Martin Bril. Hij zou komen. Martin Bril schreef nog stukjes voor het Parool, waarin hij met zijn dochter achterop door het Vondelpark fietste en naar een reiger keek. Kaartjes voor de avond met Martin Bril waren twee gulden vijftig, en ik ging naar binnen en kocht een kaartje.

De avond met Martin Bril ging niet door wegens gebrek aan belangstelling.

Een paar maanden later zou er een avond zijn met Ronald Giphart. Ik kocht weer een kaartje. Ik wilde graag een schrijver van dichtbij zien omdat ik van plan was er zelf één te worden. Ik wilde een schrijver worden die over tweehonderd jaar nog herinnerd zou worden, want zo denkt iedereen die schrijver wil worden.

Die avond ging door. Mijn zuster belde me, net voor ik naar de bibliotheek zou gaan, en ze vroeg wat ik ging doen, en ik vertelde het. Ze wilde ook mee. Mijn zuster wilde niet per se een schrijver van dichtbij zien, hoewel ze wel alle boeken van Virginia Andrews had gelezen. Mijn zuster zorgde ervoor dat de opkomst verdubbelde, dus het liep niet echt storm voor Ronald Giphart in Slotervaart, maar de mensen van de bibliotheek hadden de avond toch door laten gaan — ik denk omdat zij Ronald Giphart graag een keer van dichtbij wilden zien. Mijn zuster en ik zaten met zes of zeven bibliothecaressen op stoeltjes naar Ronald Giphart te kijken, en hij las voor. Hij las voor uit verschillende boeken, en de bibliothecaressen krompen allemaal in elkaar toen hij de rug van één van zijn eigen boeken brak om ‘m open te houden. Hij merkte de reactie op en deed het nog een keer. Hij zei: het is maar een boek.

Toen hij klaar was met voorlezen voor het deel van voor de pauze, mochten we vragen stellen. De bibliothecaressen stelden vragen en ik verzamelde moed: ik wilde schrijversvragen stellen, en ik wilde ook graag dat Ronald Giphart door zou hebben dat hij met een andere schrijver te maken had. In de pauze zou ik het nog zeggen, met m’n handen in m’n zakken zou ik bij het koffiedrinkende groepje gaan staan en ik zou zeggen dat ik ook schreef, en hij zou heel enthousiast zeggen dat dat heel goed was en dat ik maar eens iets naar zijn uitgever moest sturen.

Maar nu, voor de pauze, vroeg ik over tijdloosheid. Hij had net een passage voorgelezen die heel erg niet tijdloos was, door de details die hij gebruikte. Ik vroeg of hij daar niet naar wilde streven, tijdloosheid.

Hij vroeg wat mijn lievelingsboek was. Ik zei dat dat The Catcher in the Rye was. Ik was jong en getourmenteerd. Ronald Giphart vroeg of ik even na wilde gaan hoe tijdloos The Catcher dan was. Ik dacht er over na. The Lunts, daar moest ik aan denken, het toneelstuk waar Holden naartoe gaat, The Lunts zijn de acteurs die erin zaten. Ze bestonden niet meer, alleen nog maar in The Catcher. En The Catcher bestond alleen maar uit dat soort details. Ik zei tegen Ronald Giphart dat hij gelijk had.

Toen wilde ik niet langer een schrijver worden die over tweehonderd jaar herinnerd zou worden. Ik hield op met het vermijden van details die mijn verhalen niet meer tijdloos zouden maken.
Het was een bevrijding. Vanaf die dag ging ik goed schrijven. In ieder geval: beter dan ik voorheen had gedaan.

Ik moest aan Ronald Giphart denken toen ik las dat Max Havelaar hertaald was. Ik denk dat Ronald Giphart het allemaal niet zoveel kan schelen, want het is maar een boek, maar het gaat wel tegen zijn wet in. Het hertalen van Multatuli is een poging tot tijdloos maken. Een paar mensen hebben bedacht dat Multatuli bepaalde details had moeten vermijden, en zij hebben dat gelukkig goedgemaakt. Het kan me niet zoveel schelen, want dat heb ik ook geleerd van Ronald Giphart. Als het boek door de hertaling iets makkelijker te lezen is voor de schoolkinderen die ertoe gedwongen worden, is dat meegenomen — ik heb niet eens het recht om me er druk over te maken, want Max Havelaar staat hier nog ongelezen in de kast. Niet hertaald.

Maar het is natuurlijk idioot. Het boek is niet meer het boek wat het was. Multatuli is de enige Nederlandse schrijver die tweehonderd jaar gelezen worden zou kunnen halen, maar niet op deze manier.

# | Tien reacties | 22 Juni 2010

De kuttoeter*

Een klassieke openingszin van stukjes zoals deze is: er is al veel gezegd over. Dat u weet dat ik iets ga verkondigen dat al helemaal uitgemolken is. Op twitter was de vuvuzela ongetwijfeld een trending topic (de juiste opmerkingen werden druk geretweet) en op elke werkplek werd er natuurlijk hard over gemeningd. Nu kom ik er dus nog even bij.

Natuurlijk vind ik het ook een kuttoeter. Mijn zwager, die bij een tv-winkel in Tilburg werkt, werd tijdens de openingswedstrijd gebeld door een mevrouw die net een tv bij hem had gekocht met de vraag of die zoem in haar apparaat normaal was.

Door die toeter mis ik het normale stadiongeluid. Ik wil mensen horen zingen, oooh horen roepen als een bal net over gaat, fluiten als er tijd gerekt wordt — ik mis de sfeer.

Maar wat ik ook mis: het er-is-iets-aan-de-handgeluid. Bij een wedstrijd op tv zie je altijd maar een deel van het veld, en op het deel van het veld dat niet in beeld is, kan er ook van alles gebeuren; en dan moet je vooral denken aan spelers die elkaar het licht uit de ogen schoppen. Het publiek reageert daarop, zodat je als tv-kijker weet: hee! Er is iets aan de hand!

En wat je ook niet meekrijgt: de reacties van het publiek op bijvoorbeeld een al dan niet vermeende handsbal voor het doel.
De scheidsrechter en ik, wij worden gewaarschuwd door dat soort geluiden.
Maar ja: met die kuttoeter lukt dat dus niet meer.

*De kuttoeter is dus ©Robin Smits

# | Zes reacties | 15 Juni 2010

alles © Walter van den Berg.

Mijn krenten in uw pap