Niet mee

Bij station Lelylaan staat elke ochtend een man. De man staat aan de kant van de Comeniusstraat, bij de reling van de sloot die nergens op uit komt. Hij kijkt naar de auto's die voorbijrijden over de Lelylaan.

De man ziet eruit als de chauffeur van een touringcar. Zo'n man waar je als kind bij in de bus stapte richting Kennemerduinen, en dat je dan hoopte dat je wel mee mocht, want het was zijn bus waar je zomaar met je zandschoenen in rond ging klossen.
Hij heeft een grote krulsnor, een oudemannenjasje (elke dag een andere), en een klembord onder zijn arm.

De eerste paar keer dat ik hem zag, dacht ik dat hij daar op iemand stond te wachten, dat hij een carpooler was, maar omdat mijn aanfietstijd nogal varieert, weet ik dat hij er om tien voor acht staat, maar ook nog om half tien. Hij staat er dus om er te staan.

Vandaag was hij in zichzelf aan het praten. De voorbijrazende auto's maakten hem onverstaanbaar, maar hij was luid in zichzelf aan het praten, en hij maakte er gebaren bij: deze bus moet u hebben voor Salou.

Ik keek hem even aan, en hij keek mij aan.
Hij bleef een seconde stil, en begon toen weer te praten, maar niet tegen mij. Ik mocht niet mee in zijn bus.

# | Vier reacties | 29 April 2009

De gemiddelde pittbull

Een vaste uitspraak van Amerikanen die wapenbezit verdedigen is 'guns don't kill people, people kill people', en daar is vast wel iets voor te zeggen, en met name: people zijn over het algemeen idioten. En mensen die van wapens houden zijn dubbele idioten.

Ik ben zelf een stevige gelover in het hondenvriendenadagium dat valse honden niet worden geboren maar worden gemaakt. Dat komt dan weer omdat ik van honden hou (en er zijn mensen die mij daarom een idioot vinden).

Ik vind in beginsel elke hond lief, ook al zijn sommige honden wat minder interessant (ik heb niks met harige keffertjes die in een damestas passen), en de ervaring heeft geleerd dat de meeste honden ook echt lief zijn. Ook honden die er eng uitzien.

Het probleem met honden die er eng uitzien is echter dat ze er eng uitzien omdat ze daarop gefokt worden. Ze moeten kracht en onverschrokkenheid uitstralen. En omdat honden niet zo goed in toneelspelen zijn, klopt dat beeld vaak: een gemiddelde pittbull is heel erg sterk en heel erg onverschrokken.

De gemiddelde pittbull (elke hond die aan een aantal kenmerken voldeed) is een tijd geleden verboden. Ze mochten niet meer gefokt worden.
Dat verbod is nu opgeheven, en de gemiddelde pittbull is weer in opkomst. Bij mij in de buurt lopen er een paar rond.

Mijn hond, Banjer (foto's), is een beetje vervelend als het op andere honden aankomt: als het een mannetje is, zet ie zijn borst vooruit en wil ie er bovenop klimmen. Banjer is gay en heel assertief.

De meeste reuen zijn daar niet van gediend, en terecht, en de beste manier om Banjer terecht te wijzen is een grom en misschien een knauw van de te bestijgen hond.
Nou, dan niet, zegt Banjer dan, en hij loopt verder.
Dat is normaal sociaal gedrag bij honden. Een beetje mopperen kan geen kwaad; een vervelende hond mag op zijn plaats worden gewezen.

Als dat op zijn plaats wijzen echter gebeurt door een gemiddelde pittbull, zweet ik peentjes: de gemiddelde pittbull is namelijk honderd keer sterker dan ie zelf doorheeft en bijt mijn gaye hond waarschijnlijk in één keer doormidden.
Echt: ik weet dat Banjer een vervelende klier is. Maar met zijn vervelende gedrag doet ie andere honden geen pijn; hij schendt hoogstens hun eerbaarheid.

Ik geloof niet dat gevaarlijk ogende honden meteen ook gevaarlijk zijn. Maar die honden zijn, behalve leuk en gezellig, idioot sterk, en als het mis gaat, gaat het goed mis. Dus als ik in het park ben met mijn hond, gedraag ik me bevooroordeeld: als ik een pittbullachtige zie, gaat mijn hond vast.

Toen ik nog jong en onbezonnen was, vond ik het maar stom, dat fokverbod, maar nu zie ik niet meer zo goed waarom mensen pittbullachtigen in huis willen nemen. Ja, ze zijn leuk en gezellig, maar ze zijn bedoeld als wapens, en helaas zie je dat ook net iets te vaak aan de baasjes: die willen geen leuk en gezellig, die willen dat wapen.

# | Zeven reacties | 28 April 2009

Een klein eerbetoon aan een oude meester

Het metrostation op Sloterdijk, elf uur 's avonds.
ik zat te wachten op het bankje en ik las. Ik had Robin weggebracht — en bij gebrek aan een auto betekent wegbrengen bij ons een stuk meerijden met de trein.
Ik was meegereden tot Den Bosch. Daar hadden we gewacht op haar trein naar Tilburg, en toen die kwam, hadden we gezoend en hadden de mensen die naar ons hadden gekeken nog een laatste show gekregen.

In de trein terug probeerde ik een film te kijken op mijn MacBook, maar er zat een Spaans koppel voor me waarvan de jongen sprak zoals Spanjaarden dat meestal doen: heel hard. Dus ik was gaan lezen. Niet dat dat veel beter ging. Als de Spaanse jongen even niets te zeggen had, floot hij een deuntje of trommelde hij op zijn koffer.

Ik had moeten rennen voor de aansluiting op CS, naar Sloterdijk, en ik was niet de enige; toen alle renners in de trein stonden en de deuren dichtschoven, werd er naar elkaar gelachen, alsof we allemaal winnaars waren.

Op Sloterdijk zag ik de metro net wegrijden.
Ik ging op het bankje zitten en las.

De dakloze die naast me kwam zitten was lang en mager, en hij praatte tegen iets in zijn mouw. Iets in zijn mouw piepte. 'Kom maar,' zei de dakloze. 'Kom er maar even uit.'
Er kwam een muis uit zijn mouw.
De muis was mooi glanzend donkerbruin, en hij had een wit buikje.
'Is dat een muisje?' vroeg ik, ten overvloede, zoals dat dan heet.
'Ja,' zei de dakloze. 'Lief hè?'
Ik knikte. Ik zei dat ik altijd muizen had willen hebben toen ik klein was, maar dat het niet mocht van mijn moeder.
'Misschien wilt u deze even vasthouden?' vroeg de dakloze, en stak zijn hand naar me uit; de muis zat op zijn palm.

Ik hield mijn hand tegen de zijne, en de muis rook even aan me, maar bleef bij zijn baas.
Met de top van mijn wijsvinger aaide ik de muis kort. Hij voelde zacht en glad.
Aan de overkant van het bankje stond een Marokkaanse jongen naar ons te kijken. Sommige Marokkaanse jongens spugen wel eens op de grond voor me als ik met mijn hond langs ze loop. Deze jongen wilde ons het liefst onderspugen, zo keek hij.

De metro naar Isolatorweg kwam eraan. De dakloze stond op — dat was de zijne. In de verte kwam mijn metro ook.
'Bent u misschien rijk genoeg om een paar kwartjes te missen?' vroeg de dakloze me.
Ik pakte mijn portemonnee. Er zat nog een losse euro in, en die kreeg hij.

In de metro pakte ik mijn telefoon en keek op twitter.
Martin Bril was dood.
Nog niet zo lang geleden had hij twitter belachelijk gemaakt in een stukje. De ironie dat ik het daar moest lezen — hij zou er zelf vast iets moois over hebben kunnen schrijven.

Vanaf halte Postjesweg fietste ik naar huis, en mijn hond stond op me te wachten achter de deur. We gingen meteen naar buiten.
We maakten ons rondje door het Rembrandtpark, en op het heuveltje stond de reiger die elke avond op dat heuveltje stond. Hij maakte zijn reigergeluid naar Banjer, kom niet in mijn buurt, maar Banjer had niks met reigers, en liep er met een grote boog omheen.

# | Acht reacties | 23 April 2009

Het kleine dikke harige mannetje

Op de sportschool loopt een mannetje rond.
Elke keer als ik op de sportschool ben, is het mannetje er ook, en ik ben er zo onregelmatig dat ik vermoed dat het mannetje er vrijwel voortdurend is.
Een permanent verblijf op de sportschool is niet ondenkbaar bij het mannetje: hij wekt de indruk dat ie zichzelf voor verbetering vatbaar vindt.

Het mannetje is klein en dik en harig.
Het is zo klein dat het ongeveer met zijn kruin bij mijn middenrif komt, schat ik, zo dik dat er sprake is van 'rond' en zo harig dat het een beetje onsmakelijk is.
En daar wil het mannetje iets aan doen.

Ik kom het mannetje vooral tegen in het zwembaddeel, waar het zwemt en saunaat. Je ziet aan het mannetje dat het die rondheid aan het bestrijden is.
Je ziet ook aan het mannetje dat het harig is. Dat krijg je, als je iemand in zwembroek ziet. Dat harige is het mannetje ook aan het bestrijden: de eerste keer dat ik het mannetje zag, was het heel erg harig, de volgende keer dat het mannetje me opviel, was het geheel glad, en de derde keer was het weer helemaal harig. Ik zou zoiets 'wisselend succes' noemen.

Vorige week had het mannetje zich weer ontdaan van haar, maar niet compleet: het had een soort naakte kraag geschoren. Een cirkel rond de nek was bloot &mdash de rest was nog gewoon harig. Misschien had het een overhemd gekocht dat een beetje open moest staan. En dit was een snelle oplossing.

Gisteravond zwom ik in het zwembad, en het mannetje zwom ook.
Een kwartier later zaten we samen in de sauna.
Ik op de onderste bank (ik ben dat nog een beetje aan het leren, dat saunaën), en het mannetje op de bovenste.
Het mannetje proestte en hoestte, maar hield vol. Al het haar was weer terug.
Ik hield niet vol. Ik ben dat nog een beetje aan het leren, dus, dat saunaën. Toen ik opstond keken we elkaar even aan. Het duurt zo lang voor ik ben waar ik wil zijn, leken zijn ogen te zeggen.
Maar je komt er wel, probeerde mijn ogen terug te zeggen. En daarna probeerden mijn ogen te zeggen: hou alleen op met die gekke dingen met je haar.

# | Zes reacties | 21 April 2009

Robins nieuwe weblog

Ik kan natuurlijk blijven vertellen hoe fantastisch Robin is (en dat ga ik niet nalaten), maar u kunt in ieder geval zelf gaan lezen hoe heel erg grappig ze schrijft, op haar nieuwe weblog voorikgaslapen.nl.

# | Negen reacties | 20 April 2009

1409 woorden: Boos op de wereld

Geplaatst in de nrc.next van dinsdag 14 april 2009.

In Rage, een roman van Stephen King, wordt een jongen van school gestuurd. Hij gaat naar huis om een pistool te halen en schiet twee leraren dood.

In Amerika vonden minstens twee school shootings plaats die een connectie hadden met de roman: Barry Loukaitis schoot een leraar en twee studenten dood, en zou een zin uit Rage hebben gekwoot tijdens de daaropvolgende gijzeling van zijn klas (een gymleraar overmeesterde hem — thuis werd een exemplaar van het boek gevonden); Michael Carneal schoot drie medeleerlingen dood en Rage lag in zijn locker.

King heeft zijn uitgevers gevraagd Rage, een boek uit 1977, niet meer te herdrukken. Hij vertelde dat Rage en soortgelijke verhalen die hij geschreven had (onder andere Carrie, over een meisje dat zo gepest wordt op school dat ze bloedig wraak neemt) voortkwamen uit zijn eigen ervaringen en frustraties als tiener. Lees: hij had best wel eens thuis een pistool willen halen om wat mensen overhoop te schieten. King zei zelf, na de schietpartij op Virginia Tech waar Seung-Hui Cho 32 mensen doodde en betrokkenen zeiden dat de toneelstukken en andere schrijfsels van Cho iemand zorgen hadden moeten baren, dat zijn omgeving ook gealarmeerd had mogen zijn door de dingen die hij schreef.

Stephen King heeft — voor zover bekend — nooit thuis een pistool gehaald en iemand overhoop geschoten.

Ik heb thuis nooit een pistool gehad, maar er staat wel een grote doos, en die doos zit vol met dingen die ik geschreven heb. Voornamelijk handgeschreven spul, van vóór de computer, en een enkel typoscript. Ik heb er al een tijd niet naar gekeken, maar ik denk dat er wel een paar gewelddadige verhalen tussenzitten. Ik was ooit boos op de wereld, omdat de wereld mij niet begreep. Lees verder na de klik.

# | Twaalf reacties | 17 April 2009

De resultaten zijn binnen

Het lezersonderzoek had zo ongeveer de volgende uitkomst: gewoon doorgaan met wat ik deed. Als ik maar niet te veel neuzelde over metazaken rond dit weblog. Postjes zoals deze, dus.

Ik ben maar gewoon mijn eigen niche; vandenb.com is volgende jaar 10 jaar oud, dus dit weblog mag best instituut genoeg zijn om het gewoon overal over te hebben.

Ik heb wel bedacht dat ik de lange lappen tekst die ik nu nog op waltervandenberg.nl zet nu hier ga plaatsen, met een lees-verderlink voor de mensen die het stuk ook daadwerkelijk verder willen lezen. Daar wordt het toch net iets te weinig gelezen.

Dus bij deze. U heel erg bedankt voor uw medewerking.

# | Vier reacties | 15 April 2009

Een lezersonderzoek

Kijk: ik wil wat meer gaan schrijven over dingen. Zoals over Murakami lezen. Of ik wil wat commentaar op het commentaar op twitter schrijven. Of ik wil vertellen waarom Watchmen in zijn soort een bijzondere film is. Dus: wat meer over media en cultuur. Dingen waar ik denk iets over te vertellen te hebben.

Maar ik vraag me af of ik dat hier ga doen of ergens anders. Oroep aan de paar lezers die ik nog overheb na de gloriedagen: kunt u vertellen waar u voor komt? Bent u teleurgesteld als er een nieuw postje staat en dat postje is niet een verhaaltje over een vervelende meneer die ik onderweg tegenkwam? Komt u hier voor de vintage vandenb: observaties en stukjes die nergens heengaan (maar dat wel heel goed doen), of vindt u het ook leuk om Mijn Mening Over Iets te lezen?

(later toegevoegd) Waarom ik het vraag: ik lees steeds meer (op Amerikaanse blogs zoals 43folders) dat een weblog met een omkaderde onderwerpkeuze interessanter is dan een weblog waar de ene dag iets over de konijnen van de uitbater te lezen is, en de andere keer een rant over iets politieks. Maak een weblog over konijnen, of een weblog over politiek. Vind een niche. En daar ben ik het wel een beetje mee eens.

Maar vandenb.com heeft natuurlijk een bepaalde geschiedenis; dit zal dus altijd óók de plek van de observaties en de liefdesverklaringen aan Robin blijven.

# | 25 reacties | 12 April 2009

Over het lezen van Murakami

Een paar weken geleden heb ik mijn eerste Murakami gelezen: South of the Border, West of the Sun.
Murakami is een dikke hype, en dan niet zo'n hype als, ik zeg maar wat, Hosseini of Siebelink, want Murakami wordt over het algemeen gelezen door mensen die een beetje neerkijken op dat soort 'volkse' hypes. Heel veel mensen hebben van zichzelf het idee dat zij de eersten waren die de schrijver ontdekten; in de Groene Amsterdammer stond een tijdje terug een leuk stuk van Joost de Vries over de teleurstelling die hij voelde toen hij ontdekte dat hij niet meer de enige was die 'm las.

Niels 't Hooft is heel erg fan van Murakami, en ik ben fan van Niels' fanheid -- er zijn weinig mensen die mij zo kunnen *kuch* inspireren als Niels.
En vriend Dennis vond dat ik 'm op z'n minst moest proberen: hij raadde me South of the Border aan, want dun en leesbaar en exemplarisch.

Welnu.
Het begint al met het noemen van die titel. Ik heb South of the Border gelezen. Maar waarom niet Ten zuiden van de grens?
Ik ben een ongelooflijke snob als het op vertalingen aankomt: Engelse boeken lees je in het Engels. Een vertaling is altijd een kopie waarbij wat scherpte verloren is gegaan. Mijn Engels is niet perfect, maar mijn Amerikaans (en ik lees voornamelijk Amerikanen) is qua lezen redelijk vlekkeloos. En als je dan in vertalingen zinnen tegenkomt waarin je zonder het origineel te kennen al de fouten ziet, of de onbekendheid van de vertaler met een bepaalde uitdrukking (die jij kent uit foute films, bijvoorbeeld), dan ga je de originelen lezen. (Dirk Jan Arensman heb ik qua vertalen overigens wel betrapt op heel erg ter zake kundig zijn, maar volgens mij woont hij met z'n hoofd allang in Amerika.)

Maar ja: mijn Amerikaans mag dan best ok zijn, mijn Japans is een beetje roestig. Dus Kokkyō no minami, taiyō no nishi (zoals Ten zuiden van de grens origineel heet) had ik niet aangekund. Dus ik ben verplicht een vertaling te lezen. Maar wat mis ik aan scherpte in die kopie?

Bij Amerikaanse boeken kan ik me daar vaak een voorstelling bij maken.
Ik denk te weten hoe Amerika ruikt.
Ik weet hoe een Amerikaans trailerpark eruit ziet, en ik weet hoe daar een gemiddeld zakendistrict oogt. Ik kan me een voorstelling maken van hoe mensen hun huizen hebben ingericht en hoe ze tegen elkaar praten, wat voor ideeën de Amerikaan heeft over godsdienst of over orale seks -- jarenlang gevoed zijn met die cultuur via tv-series, documentaires, films, boeken en comics heeft me een halve Amerikaan gemaakt.

Maar Japanners?
Japanners zijn arrogant en nederig, denk ik; ze buigen naar je maar ze vinden zichzelf het beste volk in de wereld; ze zijn gek op krankzinnige tv-shows maar je baan verliezen is al vernedering genoeg om zelfmoord te plegen. Huizen zijn daar van papier, toch?
Een totaal onbegrijpelijke cultuur, en mijn interpretatie van die cultuur kan helemaal verkeerd zijn. En dan een boek lezen dat in die cultuur verankerd zit.

Als je een Nederlands boek leest waarin de dialogen een beetje vlot zijn opgeschreven, weet je hoe mensen tegen elkaar praten, hoe dat gesprek klinkt. Met een Amerikaans boek kan je je dat ook heel goed voorstellen; tv-series genoeg gezien. Maar hoe praten Japanners met elkaar?
Een baas en een werknemer hebben -- althans, zo stel ik me voor, met mijn matige kennis van de Japanse cultuur -- zulke gezagsverhoudingen dat een gesprek niet bepaald joviaal zal gaan, maar hoe praten een man en zijn vrouw met elkaar? Hoe klinkt dat? Ik kan het me niet voorstellen. En Murakami is niet bepaald verplicht me dat uit te leggen. Ik doe dat tenslotte ook niet als ik een boek schrijf: het zou alleen maar afdoen aan de kwaliteit van de literatuur.
Mijn belevingswereld staat echt te ver af van de Japanner: als Murakami het heeft over een secretaresse met 'gorgeous hair', denk ik: maar al het Japanse haar is toch zwart en stijl?

Door deze ideeën beperk ik mezelf heel erg, natuurlijk. Als ik een boek lees dat in Afghanistan speelt, heb ik hetzelfde probleem. Dus snij ik mezelf af van een groot deel van de wereldliteratuur. Geen Mann of Marquez voor me (en dat heeft me ook nooit getrokken), alleen maar Bukowski, Carver en af en toe een goeie Nederlander tussendoor.

Toch heb ik Kafka on the Shore gekocht. Ik wil het nog een kans geven. Niels is er fan van, en zijn fanheid heeft het bijna nooit mis. Misschien kan ik het een keer andersom doen: een cultuur op de moeilijke manier leren kennen, niet via tv-series en films, maar via de literatuur.
En misschien kan ik net als Milo mezelf Japans leren (Milo kijkt graag anime, en niet alles wordt vertaald, dus het moest). Zodat ik ooit mijn hoofd kan schudden over matige vertalingen.

# | Negentien reacties | 09 April 2009

Al dit geluk

Iemand vroeg of we nog veel smsten.
Tien keer per dag minstens, zei ik. Ik onderdreef.
Ik heb de berichtjes die we vanochtend voor twaalf uur heen en weer stuurden geteld: 33.

En dan variëren die berichtjes van simpele mededelingen als 'ik ben er bijna' tot de droom van vannacht tot een liefdesverklaring tot dingen die andere mensen nooit zullen mogen lezen.
Het is niet elke dag zoveel, maar het is een constante stroom.

Volgende maand zijn we anderhalf jaar bij elkaar en ik kan nog nerveus worden als ik weet dat ik haar ga zien, ik kan hele gesprekken met andere mensen aan me voorbij laten gaan (sorry) omdat zij in m'n hoofd zit.
Ik had vanochtend een vergadering waar ik iets slimmere dingen had kunnen zeggen (sorry) als ik niet aan haar had zitten denken.

Ik wilde iets schrijven over wat er leuk is aan dat smsen met Robin, 33 berichtjes op één maandagochtend, maar het is voor mij leuk, voor ons. Niet voor iemand anders.

Ik maak er maar weer een stukje van onuitstaanbaar geluk van, een kleine, knerpende lofzang op de ware liefde. Loop door, niks te zien hier. Alleen maar onuitstaanbaar geluk. En ik geef niet eens de gelegenheid enig ongenoegen te uiten.
Verdraag al dit geluk, wees maar gelukkig voor mij - een andere emotie komt toch niet bij me aan.

# | | 06 April 2009

alles © Walter van den Berg.

Mijn krenten in uw pap