Het lijkt wel maandag
Ik wilde een stukje voor u schrijven over een jongen met een designerbril die gisteren muziek stond te maken in de sportschool, wat heel pijnlijk was, want er was duidelijk niemand die behoefte had aan die muziek. Ik wilde er zo'n typisch vandenb-stukje van maken, zo'n stukje dat als nagels over een schoolbord gaat, maar het lukte niet; het ging nergens heen.
Sorry. Ik beloof dat ik binnenkort weer iets meemaak waar wel een punchline aan vastzit.
Hoe is het met u? Met mij gaat het goed. Druk op de klus, en verder is het leven mooi. Vakantie geboekt met Robin, en in ons hoofd zitten we al aan het strand. Ik doe leuke dingen met leuke mensen, ik lees weer wat meer en ik schrijf over dingen waar ik over nadenk (dat terwijl ik juist ben geinterviewd door een aardige jongeman omdat ik nooit last had van meningen), en toen ik gisteren in de bibliotheek ging zitten, had ik een heel goed idee voor boek drie. Meteen 2545 woorden getikt.
Tja.
Niet echt vullend voor u, zo'n stukje over niets.
Waar u wel elke dag nieuwe stukjes vindt die de moeite waard zijn: janvanmersbergen.nl. Jan is mijn favoriete Nederlandse schrijver, en zijn vijfde boek zit eraan te komen, en ik heb de drukproef hier op mijn bureaublad staan, en ik kan u vertellen: het is heel, heel mooi.
Dit mag u beschouwen als geheimtip (al heb ik Jan vaker geprezen hier), maar het is eigenlijk idioot dat Jan van Mersbergen nog als geheimtip rondloopt -- elke boekhandel zou stapels van hem in voorraad moeten hebben, en die stapels zouden als een malle moeten verkopen.
Watchmen
Toen Watchmen uitkwam, zijn we meteen gaan kijken, en oh wat een goeie film. Maar eigenlijk alleen voor een handjevol mensen.
Ik heb er (nu eindelijk) een flinke lap tekst over geschreven; zo lang dat ik 'm op waltervandenberg.nl heb neergezet.
Het brood en de kruimels
Het zong even rond: Giphart begint roman op Twitter. Het heeft een paar dagen op de voorpagina van Nu.nl gestaan, bij gebrek aan belangrijker nieuws. Ik maakte me er boos over -- op Twitter (mijn getweet staat te lezen op twitter.com/vandenb). Giphart vroeg of het jalousie de metier was, en ik kan me voorstellen dat iemand zoiets denkt, maar ik maakte me kwaad om het feit dat er aandacht aan werd besteed uit paniek: de paniek die media altijd voelen als ze denken dat ze iets missen.
Ik heb een tijdje gedacht dat het de oude media waren die in de stress schoten als er weer iets nieuwerwetsigs gebeurde, maar nu.nl -- kom op, zeg.
Twitter is een ding dat al een paar jaar bestaat, en nu begint het bekend te worden, met berichten in die oude media over de verslaggeving van het vliegtuigongeluk bij Schiphol (ik zag het ook op twitter langskomen), en dat is prima, dat is zoals het gaat; maar drie of vier dagen een kopbericht op nu.nl dat een bekende schrijver een roman is gestart op twitter!
Die 'roman' was iets ludieks, een luchtig probeerseltje, eens kijken wat we kunnen met dit nieuwe ding (nou ja, al niet zo nieuw meer) -- maar de media hadden hun berichtgeving over twitter al gedaan toen ze over het getwitter over het vliegtuigongeluk hadden verteld.
Berichten als over die roman op twitter zijn als de kruimels die meekomen met het brood dat je van de bakker krijgt: hier, een heel wit, en oh, hier heb je een handje kruimels. En dan sta je een beetje met je brood onder je arm naar die kruimels te kijken. Bakker, ik heb genoeg aan dit brood; aan die kruimels heb ik niets.
Aanvulling op het stukje in de Varagids
In de Varagids die nu in de winkel ligt, staat een boekenweekthemagerelateerd stukje over waarom honden zo briljant zijn.
In het stukje komt de hond van mijn oude baas J. voor, en oude baas J. mailde me dit, ter aanvulling:
Toen we een keer 's avonds laat in januari met strenge vorst thuiskwamen was Kluivert door het dolle. Hij blafte en sprong en probeerde ons mee te lokken. Ergens diep onzichtbaar in de bosjes tikte hij met z'n snuit een kip aan. Die bleek vast te zitten en zat daar dood te vriezen. Snel in het hok gezet en alles kwam goed. We waren natuurlijk wat teleurgesteld dat Kluivert niet al wat eerder op de avond even gebeld had om te waarschuwen.
Het was niet stil
Ik kan heel goed tegen stilte, maar van stiltecoupés word ik nerveus. Dat je dan op gaat letten of iedereen wel stil is, terwijl je dat eigenlijk niks kan schelen. Dat je dan alleen maar denkt: als die persoon nu geluid gaat zitten maken, zijn er vast mensen die er boos om worden.
Een paar weken geleden zat ik per ongeluk in een stiltecoupé. Even verderop zaten twee mannen zachtjes met elkaar te praten. Zo zachtjes dat er niks van te verstaan was -- eigenlijk zaten ze in elkaars oren te fluisteren.
Op station Leiden kwam er een meneer binnen die er lichtjes uitzag als de leraar Duits van Wim de Bie. Hij ging zitten, klapte zijn krant open en luisterde. Het was niet stil in de stiltecoupé.
De meneer klapte zijn krant weer dicht, stond op, en stapte naar de twee fluisterende mannen. 'Heren, dit is een stiltecoupé,' zei hij. Ik kon de mannen niet zien, ik had rugleuningen in het zicht, maar ik kan me voorstellen dat ze allebei opkeken naar de meneer en dat ze een verontschuldiging fluisterden.
De meneer ging terug naar zijn plek en klapte zijn krant weer open.
Nu heb je, als je vier dagen per week dezelfde route rijdt op dezelfde tijd, een dikke kans mensen vaker te zien -- mensen die opvallen.
Nu ben ik die route al drie maanden aan het rijden, maar de meneer van de stiltecoupé is mijn eerste vaste. Hoe ik ook mijn best doe de stiltecoupé te ontwijken, ik blijf 'm tegenkomen. Want als ik in Den Haag ben, pakt hij dezelfde aansluiting als ik. En ik ben altijd bang dat hij me gaat berispen.
Vorige week viel het me op dat hij ook uitstapte op mijn eindbestemming. Hij liep niet mee met de stroom mensen die naar mijn kantoor gaat, dus ik haalde opgelucht adem. Hij was vast leraar Duits op een school in de buurt.
Maar: vandaag ging ik van gebouw 10 naar gebouw 6 om gebouw 5 te bereiken en toen ik de hal van gebouw 6 stond, STOND DE MENEER VAN DE STILTECOUPE DAAR.
Hij liep natuurlijk niet mee met de stroom mensen 's ochtends omdat hem dat teveel herrie maakte.
De meneer van de stiltecoupé loopt hier rond. In dit kantoor.
Ik tik dit heel zachtjes.
Als de collega's in de kantoortuin hard praten, krimp ik een beetje in elkaar.
De meneer van de stiltecoupé loopt hier rond.
En hij kan elk moment iets van de herrie komen zeggen.
alles © Walter van den Berg.
